Nederlanders overtuigd van zin van sparen25-07-2008In de afgelopen dertig jaar zijn steeds
meer Nederlandse consumenten positief gaan oordelen over sparen. Inmiddels
behoort Nederland samen met Denemarken en Luxemburg tot de EU-landen met
de meest positieve houding jegens sparen. Dit blijkt uit cijfers van het
CBS. Economische tegenspoed beïnvloedt het verwachte
spaargedrag van consumenten in negatieve zin. Dit effect was duidelijk
zichtbaar aan het begin van de jaren ’80 en de beginjaren van het nieuwe
millennium.
De economische ontwikkelingen lijken echter geen invloed te hebben op de
steeds positiever wordende mening over de zin van sparen. In het tweede
kwartaal van 2008 vond 81 procent van de Nederlandse consumenten het zinvol
om te sparen. Daarentegen gaf 15 procent van de consumenten aan dat sparen
op dat moment juist niet zinvol was. Hiermee kwam het saldo van de positieve
en negatieve antwoorden uit op 66. Dertig jaar eerder was dit saldo slechts
14.
In de periode januari 2002 tot en met mei 2008 waren consumenten in de
leeftijd van 18 tot 35 jaar het vaakst positief over de zin van sparen.
Dit positieve oordeel daalt, naar mate de leeftijd toeneemt. Andere demografische
en sociaaleconomische kenmerken zijn in mindere mate gerelateerd aan een
positief oordeel over de zin van sparen.
Het oordeel over het verwachte spaargedrag wordt daarentegen vooral ingegeven
door het inkomen. Zo waren consumenten met een laag inkomen in deze periode
overwegend negatief over hun spaarmogelijkheden, terwijl de hogere inkomens
zeer positief waren. Andere kenmerken zijn van minder belang.
In vergelijking met andere Europese landen zijn Nederlanders zeer positief
over de zin van sparen. Over de periode van begin 2002 tot en met mei 2008
waren alleen de Denen positiever dan de Nederlandse consumenten.
In landen waar consumenten negatief gestemd waren over de zin van sparen,
lag in deze periode de inflatie boven het Europese gemiddelde. De enige
uitzonderingen zijn Ierland, Luxemburg, Polen en onze zuiderburen. Terug
|